Als we spreken over radiotherapie of bestraling, denken we meestal aan uitwendige radiotherapie, met een bestralingstoestel dat op afstand van de patiënt staat, en van daaruit de bestraling door de lucht naar het lichaam stuurt. Hierbij komt een deel van die stralen terecht op lichaamsdelen of organen die niet hoeven bestraald te worden. Maar met die uitwendige bestraling, zelfs met de nieuwste systemen, is het niet altijd mogelijk dat te voorkomen.

Een bestraling die preciezer is, en enkel daar straalt waar er moet gestraald worden, is een bestraling van binnen uit. Dat wil zeggen dat een radio-aktieve bron in het lichaam gebracht wordt, tot in of tegen het gezwel. Deze behandeling heet brachytherapie of curietherapie. Hiervoor worden meestal darmpjes (slangetjes), buisjes, of naalden in het lichaam gebracht. Het radio-aktieve materiaal wordt dan in die darmpjes/buisjes/naalden gebracht gedurende enkele minuten tot enkele dagen (de duur hangt af van de kracht van de straling die uit het radio-aktieve materiaal komt). Daarna wordt alles weer uit het lichaam gehaald. Er blijft dus bij de meeste behandelingen géén radio-aktiviteit in het lichaam achter.

Deze behandeling klinkt misschien wat griezeliger dan een gewone bestralingsbehandeling. Maar in ervaren handen is het een heel goede behandeling, met gewoonlijk weinig bijwerkingen.

Brachytherapie kan gebruikt worden als enige bestralingsbehandeling, maar wordt ook vaak gebruikt als aanvullende bestralingsbehandeling na een uitwendige bestralingsreeks, met de bedoeling op een kleine plaats in het lichaam voor een extra hoge bestralingsdosis te zorgen.

In het boek lees je meer over deze behandelingstechniek. Een speciale brachytherapie website van dezelfde auteur is beschikbaar. Je vindt deze site op www.brachytherapie.be.